Menu
Samenwerking en taboedoorbreking op weg naar geluk

Samenwerking en taboedoorbreking op weg naar geluk

Over het onderzoek naar onze rol binnen GGZ

Per ongeluk vergeten of met opzet niet genoemd: depressie mist te vaak in het rijtje ‘grootste bedreigingen’ voor de gezondheid van inwoners in Nederland. Het is kenmerkend voor de geslotenheid, schaamte, anonimiteit en taboe die kunnen spelen binnen de wereld van de geestelijke gezondheidszorg. Daarnaast is de sector - net als de rest van ons werkveld – voortdurend in beweging en zoekende naar verbinding en samenwerking. In gesprek met Kennismanager Roland Reisch en Programmamanager Pepijn van den Beemt. Zij startten eerder dit jaar een verkenning welke rol Robuust in deze sector zou willen spelen.

Het is alweer meer dan tien jaar geleden dat Roland Reisch begon bij Fast (later gefuseerd binnen Robuust) met de opdracht: bouw een gedegen GGZ-netwerk op. Inmiddels is hij betrokken bij zeven regionale van de tien GGZ-platforms in Zuid-Nederland, waarin samenwerkingen en activiteiten ontstaan, kennis wordt uitgewisseld en organisaties gezamenlijk dealen met vergelijkbare thema’s in hun eigen regio. “De behoefte aan samenwerking en afstemming binnen GGZ is groot. Met name in regio’s waar gemeenten, zorgorganisaties en het sociaal domein meer met elkaar moeten worden verbonden, mede doordat het aantal mensen met psychische aandoeningen toeneemt en worden teruggeplaatst in wijken. Een volgende stap zou idealiter zijn dat de regionale platforms ook onderling samenwerken en een bovenregionale kennisuitwisseling ontstaat.”

GGZ hoort bij het leven

Ook Pepijn van den Beemt heeft jarenlange ervaring binnen de GGZ. “Ik vind het vooral belangrijk dat we de taboe rondom de geestelijke gezondheidszorg doorbreken. Dat we destigmatiseren. We moeten ons open opstellen en de schaamte en stigma van de GGZ afhalen.” Gelukkig zien de twee wel een positieve ontwikkeling: “Steeds meer wordt geaccepteerd dat de geestelijke (on)gezondheid nu eenmaal bij het leven hoort.” Roland: “Wat ook een rol speelt is de maakbaarheid van de samenleving. Als je kijkt naar de psychologendichtheid in Nederland, dan moeten we wel een heel gelukkig volk zijn. Dit zegt iets over het vermarkten van geluk en tevredenheid. We hebben andere basisbehoeften dan vijftig jaar geleden. Het draait om zingeving, niet om overleven.”

Nederlanders zijn het op vijf na gelukkigste volk ter wereld, blijkt uit het World Happiness Report 2017. Na:
  1. Noorwegen
  2. Denemarken
  3. IJsland
  4. Zwitserland
  5. Finland

Iedereen is ervaringsdeskundige

De acceptatie dat GGZ bij het leven hoort, uit zich ook in de media. “Denk aan documentaires over mensen met een burn-out en bekende Nederlanders die open zijn over hun worstelingen met hun psychische kwetsbaarheid”, vertelt Pepijn. In de GGZ zien we dat de inzet van ervaringsdeskundigheid steeds belangrijker wordt. Ik vind dat een hele positieve ontwikkeling. Niet alleen praten en pillen zijn belangrijke interventies in de GGZ. Juist andere interventies blijken minstens zo effectief te zijn. En soms zelf effectiever.  Grote instellingen omarmen deze ontwikkeling en zien steeds vaker de toegevoegde waarde”, voegt Roland toe. 

De Nieuwe GGZ

In Nederland is er nu een hele discussie ontstaan over wat is goede GGZ? In de ‘Goede GGZ’ of de ‘Nieuwe GGZ’ wordt een oproep gedaan aan de sector, door een aantal gezaghebbende mensen om de GGZ écht anders en effectiever te gaan organiseren. Dat willen zij doen door bovenal de patiënt centraal te stellen, als uniek persoon, met een (te activeren) netwerk en een (te creëren) community eromheen, met echte aandacht voor de ervaringsdeskundigheid van de betrokkene. Meer over de ‘Nieuwe GGZ’.


Rol van Robuust

De grote vraag vanuit Robuust is: hoe sluiten wij het beste aan op de vraag en behoeften binnen de GGZ? Een vraag die vooral veel nieuwe vragen oproept, zoals:

  • Welke methodiek past het beste bij de vraagstukken die in de GGZ leven en de werkwijze van Robuust?
  • Hoe kunnen wij onze programmamanagementmethodiek verder ontwikkelen en inzetten binnen innovatieve initiatieven, zoals de ‘Nieuwe GGZ’?
  • Hoe krijgen we het antwoord boven tafel op de vragen ‘wat willen mensen, wat kunnen zijzelf en wat hebben zij daarvoor nodig?’. Welke rol hebben wij hierin, bijvoorbeeld in het bij elkaar brengen en begeleiden van de juiste partijen.
  • Hoe komen binnen de GGZ-vraagstukken de regionale platforms het meest tot hun recht? Op welke manier kunnen deze platforms het best met elkaar worden verbonden? En is het wenselijk en mogelijk om de platforms te transformeren naar (deel)programma’s? 

De komende tijd zetten Roland en Pepijn hun verkenning voort, hierover houden we u via onze website op de hoogte.

Publicatiedatum: 17 juli 2017
Categorie: GGZ
Terug