Menu
“Beroepsgroep van wijkverpleegkundigen wordt gemangeld”

“Beroepsgroep van wijkverpleegkundigen wordt gemangeld”

Er is sprake van een groeiend appèl op wijkverpleegkundigen om zich professioneel verder te ontwikkelen”, zegt Franca van Rosmalen, die als kennismanager bij Robuust de wijkverpleegkundigen als aandachtgebied heeft. Bij de regionale platforms die nu op verschillende plekken opgericht zijn, mist ze een gezamenlijk geformuleerd doel.

Franca van Rosmalen is een ROS-adviseur die de wijkverpleging niet alleen goed kent, ze heeft ook het terrein namens het ROS-netwerk in haar portefeuille. Ze spreekt regelmatig wijkverpleegkundigen. “Het beroep heeft de afgelopen decennia een flinke ontwikkeling doorgemaakt. Ze hebben hun vak terug en meer zeggenschap gekregen. Maar wijkverpleegkundigen vragen zich af wat hun vak nu precies inhoudt.”

Indicatiestelling kwijtgeraakt
In een notendop schetst Van Rosmalen wat er is gebeurd met deze beroepsgroep. De wijkverpleegkundige is in de periode tussen de jaren tachtig en halverwege de jaren negentig een belangrijk stuk van hun werk, namelijk de indicatiestelling, kwijtgeraakt. “Het idee dat deze indicatiestelling onafhankelijk plaats moest vinden, en dus los van de beroepsgroep moest gebeuren, had post gevat. Aanvankelijk gebeurde dat nog met een verpleegkundig intake-systeem, later werd hiervoor de functionele indicatiestelling gebruikt. Toen daar in het begin van deze eeuw de functionele bekostiging aan werd toegevoegd, zijn er heel veel zaken gaan schuiven binnen de V&V in de thuissituatie. Het sturen op productie, verantwoordelijkheden zo laag mogelijk in de organisatie leggen, functiegericht en taakgericht inzetten van medewerkers zijn allemaal zaken die ertoe hebben geleid dat het beroep van wijkverpleegkundige verder werd uitgehold.”

Geen structurele financiering
“Bovendien werden taken die niet naar individuele patiënten konden worden toegeschreven, of waarvoor geen indicatie binnen de functionele bekostigingssystematiek kon worden afgegeven, niet of nauwelijks gefinancierd. Wijkgericht werken, netwerken, preventie, coördinatie, waren allemaal zaken waar geen structurele financiering en dus heel beperkt tijd en aandacht voor was.” Dat is niet het enige, voegt Van Rosmalen eraan toe: “Niet de vraag van de patiënt, maar de producten en de productienorm vanuit de thuiszorgorganisaties waren bepalend. Natuurlijk niet zo zwart wit, want thuiszorgorganisaties leverden en leveren ook veel producten waar wel degelijk vraag naar is, maar toch.”

Waar moeten we beginnen?
Het gevolg is volgens Van Rosmalen dat wijkverpleegkundigen verlamd worden door de ontwikkelingen en zichzelf. In de loop van de jaren negentig tot en met zo’n drie jaar geleden, hebben HBO opgeleide wijkverpleegkundigen steeds minder invloed gekregen op de uitoefening en ontwikkeling van hun vak. Op dit moment wordt hun die professionele autonomie en zeggenschap weer gegeven, maar het is niet vanzelfsprekend dat deze meteen door iedereen weer kan worden opgepakt, zeker niet daar waar belangen van professionals niet parallel lopen of stroken met die van de organisaties waarin ze werkzaam zijn. Ruimte voor professionals is belangrijk, maar een beetje hulp om ze op weg te helpen hun eigen weg te vinden, kan zeker geen kwaad. ‘Hoe ziet mijn vak eruit? Hoe verhoudt zich dat tot de praktijk? Hoe geven we er zelf inhoud aan en is dat ook wat de thuiszorgorganisaties van ons willen?’ De wijkverpleegkundigen ervaren de noodzaak tot professionalisering. Ze weten echter niet waar ze moeten beginnen en wie hen daarbij ondersteunt.”

Onderzoek mogelijkheden van andere structuur
Van Rosmalen weet dat er een aantal grote partijen zijn die zich met de beroepsgroep bezig houdt: V&VN, Wijkverpleegkundig Genootschap, Wijkverpleging in Versnelling, Stichting Bevordering Wijkverpleegkunde en Actiz. “Ze hebben diverse belangen en agenda’s. Actiz is er alles aan gelegen om de wijkverpleegkundigen als beroepsgroep aan de organisaties te blijven verbinden. De vraag is of dat de enige juiste manier is om deze beroepsgroep de juiste rol en positie te geven om zorg dichtbij te kunnen bieden en organiseren.”
José van Dorst stelt dat wijkverpleegkundigen hun vak niet in de volle breedte kunnen uitoefenen in een productiebedrijf. Ze pleit ervoor om hen in een andere structuur te laten werken. Van Rosmalen kan zich daarin vinden. “Ga gezamenlijk onderzoeken welke structuren mogelijk zijn, bijvoorbeeld organisaties waar de wijkverpleegkundigen zelf aan het roer staan. Zonder dat er versnippering optreedt. Breng alle belangen goed in beeld.”

Moment is daar dat beroepsgroep zich serieus neemt
Van Rosmalen benadrukt dat het om een vrije jonge beroepsgroep gaat, zeker sinds het professionals met aanspraak in de Zvw zijn. “Deze professionals zijn gewend geraakt om veel dingen te moeten vragen, bijvoorbeeld of ze een bepaalde scholing of bijeenkomst bij mogen wonen. Ik zie dat het moment daar is dat deze beroepsgroep zichzelf serieus neemt.”

Gezamenlijk sturing geven aan regionale platforms?
Overal in het land worden regionale platforms voor wijkverpleegkundigen opgericht. De ervaring van Van Rosmalen is dat de bijeenkomsten hiervoor druk bezocht worden en dat iedereen enthousiast is. Maar zegt ze: “Vervolgens gaat iedereen over tot de orde van de dag. Het is voor deze beroepsgroep lastig om vorm en inhoud te geven aan een vervolg op de bijeenkomsten en echt inhoud te geven aan een dergelijk platform. Misschien moeten we daar gezamenlijk meer sturing aan geven. Ik mis een helder gezamenlijk geformuleerd doel. Dan maakt het meer kans van slagen.”

Veel verwachtingen
“De beroepsgroep wordt gemangeld. Er is sprake van een toenemende vraag naar wijkverpleegkundigen en van een afnemende belangstelling om toe te treden tot dit beroep. Dat helpt niet om de aanspraak op wijkverpleging beschikbaar te houden”, vervolgt Van Rosmalen. “Van wijkverpleegkundigen wordt heel veel verwacht, door allerlei partijen. Er komen ook nieuwe, waardevolle elementen bij, zoals wijkgericht en populatiegericht werken. Het valt niet mee om dit allemaal vorm te geven, zeker niet voor pas afgestudeerde wijkverpleegkundigen. Door het beroep zelf, als professionals met elkaar, inhoud te geven, kennis en ervaringen te delen, instrumenten en methodieken te ontwikkelen, gaat het lukken om dit mooie beroep aantrekkelijk te houden. Deze beweging moet en kan vanuit de wijkverpleegkundigen zelf op gang gebracht worden. Met de juiste ondersteuning gaat dat lukken.”

Dit is de vierde reactie op het interview met José van Dorst op de website www.zorgenz.nlEerder kwamen  Margriet van Iersel, Ineke Voordouw en vervolgens Yingzi Zhan/Marja van Leeuwen op Zorgenz aan het woord.

 

Publicatiedatum: 7 december 2016
Categorie: Persoonsgerichte zorg, Robuust
Terug