Menu
Van verloving tot verbintenis: samenwerken in gezondheidszorg

Van verloving tot verbintenis: samenwerken in gezondheidszorg

Reuver. Een ministaatje in het zuiden, met alle ingrediënten van een compleet gezondheidsprogramma op microniveau. Het bruist in en rondom Reuver (gemeente Beesel), een sfeervol dorp met 6400 inwoners niet ver van Venlo. En dus vonden wij het bij Robuust tijd om op onderzoek uit te gaan. Kunnen de ontwikkelingen en initiatieven, zoals het Pro Vita centrum voor gezondheidszorg en Px-Zorg, in het Noord-Limburgse effectief worden samengevoegd tot een gezondheidsprogramma? Het antwoord hebben we nog niet, maar ik neem u graag mee in het proces.

Blog: Monique Lemmens

Kent men elkaar? Vertrouwt men elkaar? Durft men anders te denken? Daar staat of valt het bij als we het hebben over het opzetten van en bouwen aan gezondheidsprogramma’s. Alle betrokken partijen moeten hier hun eigen weg in zien te vinden. Een bekend fenomeen in dit soort processen. Drie jaar geleden startten huisartsen, ziekenhuis VieCuri, apotheek en gemeente met een eerste samenwerking. Het was het begin van de verlovingstijd, zal ik maar zeggen. In die tijd hebben ze elkaar leren kennen, weten te vinden en leren te vertrouwen. Ondanks dat de meeste partijen hetzelfde doel nastreven, actief betrokken zijn en open staan voor elkaar is en blijft het lastig om over eigen belangen heen te kijken en ze – waar nodig – los te laten. Toch voel ik die verloving langzaamaan veranderen in een definitieve verbintenis.

Inwoner als uitgangspunt

Vanaf het begin ben ik vanuit ondersteunende en adviserende rol betrokken geweest bij de ontwikkelingen van Pro Vita en is verbinding gezocht met Px-Zorg. Beide initiatieven zijn zoekende naar verbinding tussen zorg en welzijn én binnen de gezondheidszorg, met de inwoner van Reuver als uitgangspunt. Sinds eind 2015 heb ik een nieuwe rol: uitzoeken of het meerwaarde biedt om de ontwikkelingen en initiatieven in de regio te verbinden tot een compleet gezondheidsprogramma voor de regio.

De eerste taak die ik daarbij op me nam, was het uitwerken van een heldere beschrijving van de programmaorganisatie van ProVita. Helder maken wie waarvoor verantwoordelijk is en wie zich wanneer en waarmee dient te bemoeien. En ook waarmee niet. Dit om te voorkomen dat onderwerpen op de verkeerde plek of met de verkeerde mensen worden besproken. Hiermee heb ik een basis gelegd. Borging vanuit een stuurgroep naar de achterban en andersom. We zitten nu in de fase om samen uit te vinden of deze nieuwe programmaorganisatie past bij deze groep mensen. Evaluatie en aanscherping staan in de planning.

Nieuwe energieontwikkeling

Ook probeer ik de fases te duiden binnen de samenwerking. Waar we begonnen vanuit de vragen ‘wat gebeurt er al in de regio?’ en ‘waarop willen wij ons focussen?’ zie ik nu een verschuiving. ‘Wat levert het op?’, ‘hoe willen we naar buiten treden?’ en ‘wat missen we nog?’ zijn vragen die nu de revue passeren. De eerste concrete resultaten zijn boven tafel gekomen. Waarbij we ook ontdekken dat we scherp moeten blijven op de vraag: liever dichtbij in de wijk of iets verder weg? Die nieuwe fase geeft energie. Niet alleen aan mij, maar ook aan alle betrokken partijen.

In mijn ogen is de belangrijkste ontwikkeling die nu plaatsvindt het besef dat energie niet hoort te zitten in een projectleider of stuurgroep, maar dat het vanuit alle deelnemers moet komen. “We moeten het zelf kunnen”, hoor ik steeds vaker. “Zelf het juiste netwerk bouwen om voor elkaar te krijgen waar we voor staan.” Als programma in wording kan ik me in deze fase geen betere ontwikkeling voorstellen!

Mensen realiseren zich vaak niet welke wereld er schuil gaat achter een ‘klein probleem’ of een ‘simpele oplossing’. Neem bijvoorbeeld het idee om uitleenmaterialen als een kruk of een rolstoel niet meer te doen vanuit het ziekenhuis, maar vanuit een uitleenpunt in de wijk. Een terechte roep vanuit inwoners, vinden ook de deelnemende partijen. Maar als je dan samen aan de slag gaat, ontdek je dat de thuiszorgorganisaties contracten hebben bij verschillende leveranciers. Is die uitdaging getackeld, dan komt de volgende vraag om de hoek kijken: waar komen de uitleenspullen? In een kast in de kantine van de thuiszorgorganisatie, is de oplossing. Maar wie gaat die kast dan vullen? Er zit een wereld van organisatie achter een ‘klein’ punt. Soms wonderlijk en altijd uitdagend.
Publicatiedatum: 12 april 2016
Categorie: Substitutie
Terug