Menu
Een kijkje in elkaars keuken

Een kijkje in elkaars keuken

Het ene programma is het andere niet. En dat geldt ook voor programmamanagers. Want - ondanks dat al onze programmamanagers werken volgens dezelfde methodiek - brengt ieder zijn eigen dynamiek en vorm in het programma. Dat maakt het bijzonder interessant om eens bij elkaar in de keuken te kijken. Vanuit die gedachte schoven Pepijn van den Beemt en Sandra Adamini, programmamanagers Robuust, aan tafel om te leren van elkaars aanpak.

Sandra: Binnen onze programma’s gaat het steeds vaker over de gezondheid van de populatie. Wat vind jij nodig om hier de focus op te krijgen en niet op het systeem of de belangen van afzonderlijke partijen?
Pepijn: “Alles begint bij besef en ambitie bij de bestuurders aan tafel. Het besef dat verandering noodzakelijk is en tegelijkertijd de ruimte ervaren om zelf mee te bewegen. De werkelijkheid is namelijk weerbarstig. Want eenieder is onderdeel van een bestaande structuur binnen de eigen organisatie. Als individu aan tafel is het lastig om deze zomaar te doorbreken. Ik ben overigens van mening dat we een structuur niet alleen met bestuurders kunnen doorbreken, maar ook met de populatie waar we ons op richten. Het gaat uiteindelijk om hun belang. En soms moet je onderaan schudden om de boel boven in beweging te krijgen.”

“Wat er nog meer nodig is om focus te krijgen? Data. Data die de urgentie onderstrepen om te veranderen. Urgentie is lastig over te brengen, omdat deze vaak nog niet direct zichtbaar of voelbaar is. Maar de werkelijkheid is dat je nu moet veranderen om problemen in de toekomst te voorkomen. En het is heel menselijk om je gedrag pas te veranderen, zodra het water aan de lippen staat.”

Pepijn: Wat heb jij concreet nodig om het programma Samendraads verder te helpen?
Sandra: “Mijn huidige programmaplan komt uit de pen van acht mensen. Het heeft thematiek en het is een verhaal van de partijen, maar nog niet van de regio. En daar ligt nu de uitdaging. Want ik wil dat veel meer mensen achter dit programma gaan staan. Wat ik daar concreet voor nodig heb? Enthousiasme vanuit de partijen. Mensen die op het podium gaan staan om de gewenste beweging echt uit te dragen. Intern naar de eigen organisatie en extern naar alle belanghebbenden.”

“Elke samenwerking en iedere beweging begint klein. Bij een kleine groep mensen dat ergens in gelooft. Vanuit mijn rol trek ik de kar, maar het moet niet zo zijn dat ik de eigenaar ben van het programma. Dat wanneer ik stop met lopen, het programma stilvalt. Ook andere mensen moeten opstaan om de boel te mobiliseren. Het is tenslotte hun programma.”

Sandra: Stel, je mag opnieuw beginnen als programmamanager in jouw regio. Wat zou jij anders doen?
Pepijn: “Ik zou direct starten met heisessies. Het is belangrijk om bestuurders uit hun bestuurlijke omgeving te halen. Mijn ervaring is dat deze gesprekken in een andere omgeving je echt verder helpen naar een hoger niveau. De informele sfeer draagt bij aan een open gesprek over ambities en over hoe ze denken over bepaalde onderwerpen. In de bestuurskamer zit iedereen in zijn rol van bestuurder en is de agenda van hun organisatie leidend. Met een heisessie haal je ze letterlijk uit die rol en beredeneren ze ook vanuit andere belanghebbenden.” 

Pepijn: Wat is je beste vaardigheid die jij inzet als programmamanager?
Sandra: “Mijn kracht is dat ik heel goed de sfeer kan aanvoelen. Zo heb ik aan tafel snel door hoe de relaties onderling zijn. Of ze elkaar wat gunnen bijvoorbeeld. Die sensitiviteit vind ik een musthave voor elke programmamanager. Je moet namelijk met gevoel voor bestuurlijke verhoudingen zaken kunnen agenderen, zonder afbreuk te doen aan de reputatie van de mensen aan tafel. Een cruciale rol die alleen wij vanuit onze onafhankelijke positie kunnen oppakken. Want de aangesloten partijen hebben tal van belangen, waardoor ze niet altijd kunnen zeggen wat ze denken.”

Sandra: De essentie van programmamanagement is sturen zonder macht. Hoe geef jij daar nou invulling aan?
Pepijn: “Sturen zonder macht is inderdaad de kern van ons vak. Gelukkig betekent dat niet dat we geen invloed hebben. Je moet die invloed natuurlijk wel goed benutten. We wenden onze creativiteit aan om mensen te verbinden. Het gaat om vertrouwen krijgen, weten waar de gevoeligheden liggen en welke belangen de mensen aan tafel hebben. Dat goed begrijpen, biedt ons de mogelijkheid om invloed uit te oefenen. Invloed die niemand anders heeft. Want we zijn de enige in het programma die met alle partijen praat en alle belangen kent."  

"Het werk dat we doen, is voor de buitenwereld niet altijd even zichtbaar. We houden ook gesprekken achter de schermen om alle belangen goed inzichtelijk te krijgen. Dan pas kunnen we ons werk goed doen. Door deze rol op me te nemen, wordt de weg ook weleens geplaveid voor projecten en samenwerkingen die anders niet tot stand zouden zijn gekomen, maar wel zeer waardevol zijn. Deze aanpak komt het resultaat van het programma absoluut ten goede.”
Publicatiedatum: 22 maart 2017
Categorie: Populatiemanagement
Terug