Menu
VBHC-prijsnominatie voor ‘Gewenste zorg in de laatste levensfase’

VBHC-prijsnominatie voor ‘Gewenste zorg in de laatste levensfase’

Van onderwerp in de taboesfeer naar een nominatie voor de VBHC-prijs 2017. Die reuzesprong maakt het Anders Beter-project Gewenste zorg in de laatste levensfase. Projectleider Lara Dijkstra en Robuust-programmamanager Pepijn van den Beemt zien met trots de geweldige vlucht die het ambitieuze project heeft genomen. En natuurlijk kijken ze ook uit naar 11 mei. De dag dat de internationale jury zich buigt over alle nominaties. “Maar,” stelt Pepijn, “de nominatie is al een prijs op zich. Alleen al vanwege de aandacht die het project nu krijgt.”

Gewenste zorg in de laatste levensfase gaat over de implementatie van een transmuraal zorgpad in de Westelijke Mijnstreek voor patiënten in de palliatieve fase. “Een hele mond vol”, erkent Lara. “In de kern gaat het erom dat het laatste levensdeel van de patiënt bespreekbaar wordt. Zowel bij de specialist, huisarts en apotheek als bij de patiënt en zijn directe naasten.”

“Met het project realiseren we echt een doorbraak”, vervolgt Lara. ”Over nieuw leven praten we honderduit, terwijl de laatste fase van het leven een heel lastig onderwerp is. Maar de kwaliteit van sterven is natuurlijk net zo belangrijk als de kwaliteit van leven. En die kwaliteit borg je alleen door het bespreekbaar te maken. Door openlijk te praten over hoe een patiënt zijn laatste maanden wil invullen. Wat wil hij allemaal doen, nu het nog kan? En welke zorg wenst hij bijvoorbeeld wel en welke niet? Vragen die nu te weinig op tafel komen.”

Eigen ervaringen als spiegel voor het project
Pepijn: “Op het moment dat we startten met het project, dacht ik regelmatig aan het overlijden van mijn vader. Toen hij ernstig ziek was, heeft geen enkele zorgprofessional gevraagd hoe hij afscheid wilde nemen. Laat staan hoe wij dat als nabestaanden voor ons zagen. Achteraf heb ik dat echt gemist. En ik vind ook dat dit gesprek de medeverantwoordelijkheid is van de eerste en tweede lijn. Want als patiënt of naaste heb je helemaal niet de kracht en scherpte om het onderwerp ter sprake te brengen.”

“Deze persoonlijke ervaring gaf me waardevolle inzichten. Daarnaast zag ik vanuit mijn professie het belang om het project ketenbreed op te pakken. Ik ben hiervoor werkzaam geweest als zorgmanager in een VTT-organisatie, in de regio Helmond. Het dossier palliatieve zorg viel toen onder mijn verantwoordelijk. Ik zag daar hoe belangrijk het is dat alle betrokken partijen op de hoogte zijn van de wens van de patiënt. De uitdaging van het project Gewenst zorg in de laatste levensfase lag dan ook bij het vormgeven van een goede samenwerking die daarvoor nodig was. Alleen dan zou het project kans van slagen hebben. Dat in combinatie met het doorbreken van de taboesfeer betekent een ware cultuuromslag.”

Het draagvlak van het programma is een must
Lara: “Zorgverleners vinden het in eerste instantie moeilijk om het gesprek aan te gaan met hun patiënten. Logisch, want ze zijn opgeleid om mensen beter te maken. En niet om ze te laten sterven. Vanwege deze gevoeligheid zijn we kleinschalig gestart en is het project stap voor stap opgezet. Daarbij is de inzet van de projectgroep heel belangrijk, evenals het feit dat we onderdeel zijn van de regionale proeftuin Anders Beter. Het onderwerp is zo complex dat je het brede draagvlak van een programma nodig hebt met een programmamanager - zoals Pepijn - die over de lijnen zoekt naar verbindingen. Iemand die buiten de materie staat en onafhankelijk meedenkt, is heel prettig.”

Het zorgpad in vogelvlucht
“Een hechte samenwerking tussen de lijnen is cruciaal voor Gewenste zorg in de laatste levensfase”, volgens Lara. “Om een indruk te geven, schets ik het zorgpad in vogelvlucht …”

Eerst wordt in afstemming met de eerste en de tweede lijn gekeken of een patiënt in aanmerking komt voor het zorgpad. Dit is het geval wanneer het om een palliatieve patiënt gaat. Als dat zo is, wordt er door de hoofdbehandelaar - de huisarts of specialist - een vragenlijst met de patiënt en de naaste afgenomen, waarin vragen staan over de laatste levensfase en wat belangrijk is voor de patiënt. Ook praten we over angsten en depressies en komen de verschillende behandelvormen aan bod.

De bevindingen van dit assessment worden besproken in een Multidisciplinair Overleg (MDO) palliatieve zorg. Belangrijke partijen, zoals de huisartsenpost, worden geïnformeerd en er is overleg met de apotheker die kijkt of de patiënt medicijnen gebruikt die eigenlijk niet meer relevant zijn voor de laatste levensfase. Of dat er medicijnen moeten worden toegevoegd. Dit alles gericht op het optimaliseren van het comfort van de patiënt. Alle bovenstaande zaken monden uit in een zorgplan dat bij de hele keten bekend is.

De volgende stap is het betrekken van de thuiszorg. Én opschaling in de regio. Want uiteindelijk willen we dat Gewenste zorg in de laatste levensfase straks zowel in de Westelijke als in de Oostelijk Mijnstreek beschikbaar is.”

De grootste winst is al binnen
Op 11 mei weten Pepijn en Lara of Gewenste zorg in de laatste levensfase de VBHC-prijs wint. Maar beiden zijn het erover eens dat de grootste winst al binnen is. Lara: “Het gaat ons primair om het verdwijnen van het taboe en dat in de hele keten wordt samengewerkt. Beide zijn met succes in gang gezet. Bovendien opent de nominatie nu al veel deuren. Partijen die eerst terughoudend waren, raken nu ook enthousiast. De afwachtende sfeer van toen is ervan af en daardoor kunnen we nu stappen zetten. De ambitie is dat straks alle huisartsen, specialisten en apotheken in de regio meedoen. Én dat er reguliere financiering komt voor activiteiten die in het kader van Gewenste zorg in de laatste levensfase worden opgenomen. Dat is de absolute hoofdprijs.”

Publicatiedatum: 23 maart 2017
Categorie: Palliatieve Zorg
Terug