Menu
Regionalisering in de zorg en de rol van de overheid

Regionalisering in de zorg en de rol van de overheid

We zijn voortdurend op zoek naar de ideale grootte voor een regio. Of liever gezegd, de ideale omvang waarop een populatie wordt beïnvloed of waar we de zorg en ondersteuning duurzaam inrichten op geleide vraag van de inwoners. Kennismanager Sandra de Loos geeft in dit artikel haar visie op dit thema.

Overheid, regionalisering, decentralisatie: allemaal woorden die in het afgelopen decennium lading hebben gekregen. Of toch niet? Gedurende mijn eigen middelbare schooltijd - ook alweer bijna dertig jaar geleden - leerde ik dat centralisatie-decentralisatie een terugkerend cyclusproces is en dat één arm van de cyclus gemiddeld zo’n zeven jaar duurt. Een rondje op Google leert me dat deze zienswijze nog niets is veranderd. Daarbij wordt de zorg genoemd als één van de sectoren die zich meer dan gemiddeld in deze cyclus van (de)centralisatie bevindt.

Mijn oog valt op een zeer sterke analyse van Maarten Allers uit 2010, ruim voordat de huidige decentralisaties van jeugdzorg, participatie en Wmo zijn gestart, in zijn artikel ‘Het dogma van decentralisatie’. Hij verwoordt de voor- en nadelen van de decentralisatie en schaalvergroting en spreekt uit dat het zoeken naar de ideale schaalgrootte voor landelijk of lokaal bestuur nog niet zo eenvoudig is. Tevens geeft hij het belangrijkste argument van de Rijksoverheid voor de decentralisatie het nakijken; het adagium ‘dicht bij de burger’ staat namelijk op scherp. En als we niet oppassen schieten we ons doel ‘dicht bij de burger’ finaal voorbij, omdat schaalvergroting de voordelen van de decentralisaties teniet doet.

Weg met efficiency

De Rijksoverheid publiceerde in 2013 een rapport waarin een kenniskamer bestaande uit drie toonaangevende wetenschappers haar visie geeft op de modernisering van de bestuurlijke inrichting. Het document geeft ook een weergave van haar dialoog hierover. Een opmerking in deze dialoog blijft hangen: ook zonder ingrijpen van de Rijksoverheid verandert het openbaar bestuur op organische wijze. Wil je dit versnellen vanwege efficiency voordelen, dan is de belangrijkste factor het creëren van draagvlak in het land. Buiten de Tweede Kamer dus! En blijf trouwens weg van het woord ‘efficiency’. Een andere belangrijke drijfveer achter de vernieuwingen in de bestuurlijke inrichting van Nederland, is volgens de wetenschappers de aandacht die de Europese Unie schenkt aan het vergroten van de kennis en kracht van stedelijke regio’s.

Dat de meest recente decentralisaties vooral gericht zijn geweest op onderdelen van ons huidige domein van zorg en welzijn lijken voor de hand liggend. De demografische druk en de financiële consequenties van de ontwikkelingen in de zorg zijn hoog. Gezocht is naar oplossingen voor deze gevolgen in een vernieuwde bestuurlijke inrichting van ons land. Deze inrichting heeft de opdracht beter aan te sluiten bij de behoefte van de inwoner in de genoemde domeinen.

Er ontstaat een samenspel

Het artikel 'Smart & safe cities en Urban regions'  van PWC geeft wat mij betreft woorden aan de uitdaging voor de Nederlandse gemeenten in het kader van de omvangrijke decentralisaties. Gemeenten willen namelijk bij uitstek zorgen voor het welbevinden en de leefbaarheid van hun inwoners en woonomgeving. Door de huidige decentralistische bewegingen van de Rijksoverheid worden er andere eisen gesteld aan de inrichting van deze bestuurlijke omgeving. De inwoner, lokale bedrijven en plaatselijke organisaties zoeken elkaar op om in te spelen op de behoeften rondom welbevinden en de leefbaarheid. De inrichting van deze samenleving wordt een samenspel van verschillende domeinen en sectoren. PWC stelt daarbij dat een slimme stedelijke regio door samenwerkend vermogen ontstaat en dat begrippen als vertrouwen, wendbaarheid, competentie gedreven en wederzijds begrip daarbij sleutelwoorden zijn. Kennis, financiën en ondersteuning en legitimering zijn nodig om met elkaar onder andere de juiste grootte van zo’n slimme stedelijke regio te bepalen.

Regionaal ecosysteem (PWC)

‘De regio aan zet’

De rol die de Rijksoverheid speelt bij deze ontwikkelingen staat op afstand. Ze beslist tot decentralisatie en schaalvergroting. En ze verleent vervolgens de drie bovenstaande steunende principes (kennis, financiën en ondersteuning en legitimering) aan deze lokale overheden, zodat deze de juiste grootte voor hun regio kunnen bepalen.

In dit kader geeft minister Bruno Bruins (Medische Zorg en Sport) een interessante reactie in zijn recente beantwoording van kamervragen over het tekort aan huisartsen in de krimpregio’s. Hij stelt namelijk dat de regio’s zelf aan zet zijn. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gaat niet in gesprek met de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV); er zijn namelijk huisartsen genoeg opgeleid en beschikbaar. De regio moet zelf zorgen voor een aantrekkelijke werk- en leefomgeving, zodat huisartsen ook in de krimpregio’s willen werken en wonen. Na het Tweede Kamerdebat over het huisartsentekort neemt de minister wel de uitnodiging van de LHV aan. De druk vanuit het parlement is in deze groot genoeg om in ieder geval het gesprek aan te gaan en de problematiek niet helemaal aan de regio over te laten.

Voldoende speelruimte

De Rijksoverheid kiest niet voor het vaststellen van een dichtgetimmerd constitutioneel kader waaraan de lokale overheden zich moeten houden. En lost ook geen regionale problematiek op als er landelijk voldoende ruimte en mogelijkheden voor handen zijn. Er is speelruimte gecreëerd voor de gemeenten om hun eigen koers te bepalen. De ideale grootte van een regio is hiermee niet bepaald en dus ook niet vastgelegd.

Juist dat laatste geeft de deelnemende organisaties, in en buiten de gezondheidsprogramma’s waar we als Robuust bij betrokken zijn, de ruimte om te zoeken naar de ideale grootte van de regio. Of liever gezegd, de gewenste omvang waarop een populatie wordt beïnvloed of waar we de zorg en ondersteuning duurzaam inrichten op vraag van de inwoners. Hoe we in de programma’s experimenteren met de ideale omvang, leest u in het artikel ‘Samenwerken aan een gezonder Nederland: van wijk- tot regio-afbakening’.

Publicatiedatum: 2 februari 2018
Categorie: Gebiedsgericht werken, Populatiemanagement, Programmamanagement, Triple Aim
Terug