KOEL: Samenwerken aan betere ouderenzorg in West-Brabant Oost. Hoe programmamanager Elly van der Wijk de verbinding bracht.

17 maart 2026

In de regio West-Brabant Oost werd veel gedaan voor kwetsbare ouderen. Huisartsen, VVT, gemeenten,  ziekenhuis, GGD, het sociaal domein, apothekers en paramedische zorg zetten zich ieder op hun eigen manier in voor betere ondersteuning. Maar juist doordat er zó veel gebeurde, ontbrak het aan onderlinge verbinding. Organisaties werkten vanuit dezelfde ambitie, maar spraken niet dezelfde taal en wisten onvoldoende van elkaar waar ze mee bezig waren. Het programma KOEL (Kwetsbare Ouderen Eerste Lijn) bestond al enige tijd, maar door het anders in te richten wordt de samenwerking nu meer geoptimaliseerd. Elly van der Wijk, programmamanager bij Robuust en eerste contactpersoon voor West-Brabant Oost, werkt binnen dit programma sinds anderhalf jaar aan het verbinden van professionals en organisaties.

Van versnippering naar verbinding

Elly blikt terug op het startpunt van het traject: “We begonnen niet blanco. Er werden al veel waardevolle projecten uitgevoerd. Maar dat was óók het probleem: iedereen werkte goed, maar te veel naast elkaar. De vraag vanuit de regio was dan ook om vanuit een integrale blik te komen tot verbinding.” Haar aanpak? Werken vanuit de ROS Delta: eerst de inhoud en de bedoeling scherp krijgen, daarna pas praten over ‘het hoe’, zoals plannen, financiering en middelen. Door vast te houden aan inhoud en bedoeling voorkomen de partners dat zij vervallen in de reflex om snel plannen te schrijven die niet gedragen worden.”

Werkgroepen met een gezamenlijke taal

“Er werden twee werkgroepen gestart- met vertegenwoordigers van huisartsen, apothekers, VVT, gemeenten, ziekenhuis, GGD, sociaal domein en paramedische zorg- ondersteund door drie bestuurlijke kartrekkers. De centrale vraag was: wat merken professionals en inwoners als we klaar zijn? Iedereen wilde vooruitgang boeken, maar sprak een andere taal. Door dit open te bespreken, ontstond wederzijds begrip en een sterke basis voor samenwerking.”

Robuust als neutrale partij

De neutrale rol van Robuust bleek essentieel. Elly: “Ik was van niemand, en daardoor juist van iedereen. Dat gaf ruimte om verschillen en overeenkomsten te benoemen en te duiden. Door die onafhankelijke positie konden partijen elkaar beter vinden en werd het eenvoudiger om gezamenlijke keuzes te maken.”

Nieuwe inzichten als waardevol neveneffect

Gaandeweg het traject kwamen we steeds tot nieuwe inzichten voor verbetering. Zo bleek de samenwerking binnen de paramedische zorg nog versterking te vragen, en was de betrokkenheid van apothekers een belangrijk aandachtspunt. Elly schakelde direct collega’s in om met deze vraagstukken aan de slag te gaan. “We zagen tijdens het proces wat er nog meer nodig is. Het was niet ons hoofddoel, maar wél heel waardevol.”

Wendy Veeke,

beleidsadviseur sociaal domein bij de gemeente Etten Leur, zet zich binnen de werkgroep Samen in de wijk in voor sterke, hechte wijkverbanden. Ze waardeert de brede betrokkenheid van verschillende organisaties, maar benadrukt het belang van focus: “Het moet geen Poolse landdag worden en dankzij Elly blijft het overleg strak, maar laat ze iedereen aan het woord en zorgt dat de verschillende belangen op tafel komen.” Volgens Wendy is het essentieel dat zorg en sociaal domein elkaar beter leren begrijpen om samen te kunnen werken om de noodzakelijke veranderingen voor elkaar te krijgen: “We hebben geleerd elkaars taal te spreken en weten elkaar nu te vinden. Ook weten we nu veel beter van elkaar waar ieder tegenaan loopt. We moeten elkaar stimuleren.” Ze is overtuigd van de aanpak waarin inhoud boven plannen gaat: “We moeten ons niet laten verleiden tot het meteen schrijven van plannen, maar eerst bepalen wat goed is voor onze regio.” Dat vraagt lef, maar volgens haar is het noodzakelijk om de zorg toekomstbestendig in te richten: “Alleen door samen te werken kunnen we de verandering teweegbrengen die inwoners écht helpt.”

Annie Jansen

is als manager zorg bij zorgorganisatie Thebe vanuit de wijkverpleging aangesloten bij KOEL. Al snel merkte zij hoe belangrijk het is om elkaar écht te begrijpen als je samen wilt werken aan betere zorg voor kwetsbare ouderen. “Ik merkte al snel dat er verschil in taalgebruik was”, vertelt Annie. Dat verschil in taal bleek geen detail, maar een kernpunt. Zorg en welzijn hadden hetzelfde doel, maar wisten vaak niet precies van elkaar wat ze deden. “Binnen KOEL werd daar bewust ruimte voor gemaakt. Met behulp van werkvormen die door Elly werden geïntroduceerd, gingen we met elkaar in gesprek. Zo leerden we elkaars werelden kennen en ontstond een gezamenlijke taal”, vertelt Annie. Dat vormde de basis voor vertrouwen. Volgens Annie is deze manier van werken essentieel voor de toekomst. “We hebben elkaar nodig om zorg toegankelijk te houden. Niet tegenover elkaar staan, maar samen dóen.” Ze kijkt dan ook met vertrouwen vooruit: “We zetten goede stappen. Ik geloof echt dat het gaat lukken.”

Saskia van der Gaag en Suzan Woltermann,

beleidsadviseur bij de coöperatieve apothekersvereniging en apotheker pleiten voor een sterkere positie van apothekers binnen de zorgketen. “Apothekers worden niet altijd vanzelfsprekend gezien als onderdeel van de zorg of als medezorgverlener, terwijl we voor veel inwoners een belangrijke vraagbaak zijn”, zeggen ze.
Binnen KOEL is daar volgens hen wél oog voor. Apothekers maken deel uit van het kernteam en zitten gelijkwaardig aan tafel met andere partijen. “De kracht van KOEL is dat iedereen samenkomt en dat het laagdrempelig is om elkaar te vinden,” aldus Suzan. “We gaan kijken naar wat een wijk nodig heeft en hoe je de samenwerking daar het beste op kunt inrichten.”
Die manier van samenwerken begint steeds beter te werken. “We werken nauwer samen en voelen meer ruimte om zaken bespreekbaar te maken”, zegt Saskia. “We gaan van praten op hoofdlijnen naar de praktijk. Dat is spannend, maar het voelt goed om samen stappen te zetten.”

Karin van Deursen

is manager ouderenzorg bij Zorroo en vertegenwoordigt de huisartsengroep binnen KOEL. In haar werk ziet ze hoe snel het beeld van ouder worden verandert. “De ouderen van nu zijn niet te vergelijken met die van twintig jaar later,” zegt ze. “Ze hebben andere wensen en behoeften, meer kennis en zijn digitaal vaardiger. Dat vraagt om een andere kijk op ouder worden én op zorg.”
Volgens Karin moet dat gesprek veel eerder beginnen. “We moeten eerder met mensen praten over ouder worden. Huisartsen kunnen daarin een sleutelrol spelen door mensen te bereiken en te stimuleren richting meer eigen regie en zelfredzaamheid.”
De opgave voor de zorg is groot. “We zitten midden in een transformatie die we alleen samen kunnen oppakken, vanuit verschillende invalshoeken.” KOEL vervult daarin een verbindende rol. “We denken samen na over de toekomst van ouderenzorg.”
Tegelijkertijd vraagt groei om alertheid. “Het moet niet stroperig worden of verzanden in overleg.” Karin waardeert hierin de rol van Elly: “Zij bewaakt dat overleggen zinvol blijven, houdt het uitgangspunt scherp voor ogen en zorgt voor overzicht en richting.”
Wat Karin vooral waardeert aan KOEL is de verbinding. “We weten beter waar iedereen mee bezig is en vinden elkaar sneller. Daardoor kunnen we elkaar versterken, altijd met de inwoner als uitgangspunt.”

KOEL: Samenwerken aan betere ouderenzorg in West-Brabant Oost. Hoe programmamanager Elly van der Wijk de verbinding bracht.