Menu
Samenwerken aan een gezonder Nederland: van wijk- tot regio-afbakening

Samenwerken aan een gezonder Nederland: van wijk- tot regio-afbakening

Robuust begeleidt gezondheidsprogramma’s die uitgaan van de vragen en behoeften van een populatie en daar proactief op inspelen. Door de behoeften van de gekozen groep mensen centraal te stellen in plaats van het ondersteuningsaanbod, verwachten we dat Triple Aim-doelstellingen eerder worden bereikt: hogere kwaliteit van zorg, betere gezondheid en daling van de kosten. We experimenteren daarbij in diverse regio’s, van wijk tot gemeente tot regionaal. Hoe bepaal je nu de gewenste indeling en wat is het meest effectief?

Door: Evelien Heinrich

Populatiemanagement: de organisatie van zorg en welzijn is gericht op de behoeften van een specifieke groep mensen (de populatie). Bijvoorbeeld iedereen ingeschreven bij dezelfde huisarts, mensen met een bepaalde aandoening of inwoners van een wijk.

Grenzen van een krimpgebied

De verschillen in geografische omvang van de programma’s zijn meestal te herleiden naar de start van het programma. Welk vraagstuk staat daarbij centraal? Gaat het bijvoorbeeld om het behoud van beschikbaarheid van noodzakelijke zorg in een krimpgebied? Dan betreft de populatie de inwoners van het betreffende krimpgebied en is samenwerking over gemeentegrenzen heen noodzakelijk om voor álle inwoners toegang tot zorg te garanderen. Een goed voorbeeld daarvan is het programma Goedleven. Ondanks dat de populatie dan heel divers is, ligt er wel een gemeenschappelijk vraagstuk onder het programma; een gezamenlijke ambitie. Vanuit deze ambitie starten uiteenlopende initiatieven. Die initiatieven pogen gezamenlijk een antwoord te geven op de dreigende beperking in beschikbaarheid van zorg.

“Zeeuws-Vlaanderen is een afgebakend gebied. De oppervlakte is weliswaar groot, maar het telt slechts 100.000 inwoners. Dat betekent dat er veel kleine dorpen zijn die hun eigen voorzieningen niet kunnen behouden. Dat is ook de reden dat we zoeken in grotere volumes. Denk aan onderwerpen als de spoedeisende hulp, waarbij we ons richten op een groter gebied dan Zeeuws-Vlaanderen. Ook is er maar een beperkt aantal spelers in het zorgdomein met bovendien allemaal een vrij groot werkgebied. Daarom ligt het voor de hand om een groot maar herkenbaar afgebakend gebied te kiezen.”
Rienk Overdiep – programmamanager Goedleven

Dakpanconstructie als focus

Een andere situatie ontstaat wanneer partijen samenwerking opzoeken vanuit organisatieoogpunt en niet vanuit een populatievraagstuk. Actuele knelpunten in de uitvoering van dienstverlening vormen de basis voor de samenwerking. Vaak zijn het dan de grootste spelers in een regio die vanuit de samenwerking verdere brandhaarden in de populatie onderzoeken, zoals een ziekenhuis, huisartsenzorggroep of VVT-instelling. De valkuil hierbij is dat er zonder duidelijke focus ‘van alles iets’ wordt gedaan voor diverse doelgroepen. De meerwaarde van het totale programma is dan niet veel meer dan een verzameling uiteenlopende projecten. Dit soort omvangrijke programma’s kunnen succesvol zijn wanneer ze volgens een zogenaamde ‘dakpanconstructie’ werken. Partijen starten met een deelprogramma met meerdere gerichte interventies voor een specifieke populatie. Pas wanneer dit goed loopt ontwikkelen zij een nieuw deelprogramma.

“Het Zorgnetwerk Roermond startte aanvankelijk vanuit organisatieoogpunt: het ontschotten van de nulde, eerst en tweede lijn en het organiseren van de juiste zorg op het juiste moment met de juiste ondersteuning en aandacht voor inwoners. Aan de hand van een populatieanalyse brachten we als netwerk focus aan: dit jaar starten we dan ook met een programma in een klein gebied (wijk- en dorpsniveau) met één thema en een kleine groep personen uit de drie lijnen. Ook zijn we een project gestart op gemeentelijk niveau om te ervaren hoe de samenwerking loopt. Daarbij sluiten waar mogelijk, wenselijk en noodzakelijk aan op bestaande relaties en initiatieven. Bereiken we in dit gebied onze doelen, dan is opschalen zeker een mogelijkheid. Komend jaar onderzoeken we alleen bij urgente signalen of het wenselijk is om andere deelprogramma’s te starten.”
Jolande van Meer – programmamanager Zorgnetwerk Roermond

Werken binnen gemeentegrenzen

In toenemende mate zien we dat ook gemeenten samenwerking zoeken met zorgpartijen voor gezondheidsvraagstukken voor hun eigen inwoners. Gemeenten zijn, meer dan zorgpartijen, gericht op een geografisch afgebakend gebied en kennen hun populatie vaak van binnenuit. Daarnaast voelen inwoners zich vaak sterker verbonden met een gemeente dan met een zorgorganisatie. Ook binnen een gemeente kunnen de populatievraagstukken erg divers zijn. Programma’s op gemeentelijk niveau vragen dus ook om afbakening. Een voorbeeld is het programma binnen gemeente Landerd. Deze gemeente zocht bewust de samenwerking op om te komen tot een integrale preventie-agenda. Dat doet zij in een nieuwe rol: namelijk als partner van inwoners, vrijwilligers en zorg- en welzijnsprofessionals en -partijen. Vanuit dat partnerschap en door het gezamenlijk opstellen van de preventie-agenda hoopt de gemeente dat de te ontplooien activiteiten in de toekomst beter aansluiten op wat er nodig is. Daarnaast zijn we in Weert en Roermond actief met zorgprogramma’s op gemeenteniveau.

“In Landerd maken we gebruik van lokale dynamiek en kenmerken van de afzonderlijke dorpskernen. De gemeente Landerd heeft geïnvesteerd in het samenbrengen en organiseren van initiatieven met haar inwoners. Die voorinvestering maakt gelijkwaardig partnerschap mogelijk. Tegelijkertijd zorgt dat ervoor dat we in dit programma de lokale dynamiek en kenmerken van de afzonderlijke dorpskernen goed naar voren kunnen brengen. Iets dat op grotere schaal veel lastiger zou zijn.”
Joost Boerenkamp – Programmamanager Landerd

Acteren op wijkniveau

Nog kleiner qua regio-omvang zijn programma’s gericht op wijkniveau. Wijkkenmerken in combinatie met populatiekenmerken kunnen aanleiding zijn voor partijen om domein overstijgend samen te gaan werken. Denk aan wijken waar de gemiddelde sociaal economische status laag is, mensen gemiddeld een lagere gezondheid ervaren en het gebruik van zorg en ondersteuning relatief hoog is. Vaak zijn er binnen gemeenten specifieke wijken aan te wijzen waar veel winst op Triple Aim te behalen valt door een integrale aanpak. Het voordeel van een aanpak op wijkniveau is dat het voor betrokken partijen mogelijk is om de haalbaarheid en het succes van fundamentele veranderingen te testen en eventuele risico’s beperkt te houden. Daardoor ontstaat een veilige omgeving om te innoveren. Blijkt de nieuwe aanpak een succes? Dan willen en kunnen partijen niet meer terug naar het oude. Zo kan een aanpak op kleine schaal grote impact genereren.

“Het grote voordeel van de lokale aanpak die in Proeftuin Ruwaard is gekozen, is de verbinding met de wijkbewoners. Op wijkniveau is het mogelijk om écht samen te werken met de mensen in de wijk; de mensen waarvoor we het doen. In Proeftuin Ruwaard zien we het als onze opgave hen te helpen hun rol te (kunnen) nemen in de ontwikkeling van de integrale (wijk)zorg van de toekomst.”
Susanne Smits – programmamanager Proeftuin Ruwaard
Het programma MijnZorg richt zich op de gehele regio Oostelijke Mijnstreek. Om gerichte zorg in te zetten, zijn er diverse pilots die op wijkniveau worden opgepakt. Bijvoorbeeld in de Heerlense wijk Hoensbroek. Een bewuste keuze, volgens programmamanager Monique Lemmens: “Binnen een wijk werk je op kleine schaal en met veel minder partijen dan wanneer je regionaal werkt. En dat is ideaal om te experimenteren. Het gaat toch vaak om complexe zaken die je vereenvoudigt door te werken op wijkniveau. Want minder partijen betekent meer overzicht en kortere lijnen. Men kent elkaar, het is persoonlijker en dat komt de processnelheid ten goede. Je ziet heel snel wat wel en niet werkt en waar de verbeterslagen liggen om goede zorg tegen lage kosten te organiseren. Die leerpunten kunnen we vervolgens inzetten op grotere schaal binnen de regio. En met de opgedane kennis en ervaring uit de wijk werkt dat wel zo efficiënt.”

De meest optimale populatie

Het mag duidelijk zijn: dé meest optimale populatie bestaat niet. Belangrijkste voorwaarde voor een succesvolle samenwerking is dat de ambitie, de gekozen populatie, de doelen van het samenwerkingsverband en op uitvoeringsniveau de interventies logisch samenhangen. Een weloverwogen afbakening van je doelpopulatie zorgt daarbij voor:

  • betere focus
  • een samenhangend geheel van activiteiten
  • meer resultaatgerichtheid
  • een hogere kans van slagen

Én het sterkt de meerwaarde van het samenwerkingsverband.

Het definiëren van de doelpopulatie is essentieel, maar de gekozen populatie is geen vaststaand gegeven voor de gehele looptijd van een programma. Het is net zo belangrijk om periodiek te herijken of de ambitie en de gekozen populatie zich nog wel logisch tot elkaar verhouden en of ze nog passen bij het beeld van de belangrijkste vraagstukken in het veld.

Publicatiedatum: 2 februari 2018
Categorie: Populatiemanagement
Terug